ZonMw Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen 3 april 2014

Deelsessies

Tijdens zes deelsessies passeerden verschillende onderwerpen rond het congresthema Shared Value de revue. Hieronder de highlights uit de sessies. Zie voor meer informatie over de sessies ook de slides en de sessieverslagen.

Therapietrouw:

lessen uit succesvolle projecten

Op het gebied van therapietrouw vindt een breed scala aan initiatieven plaats. Toch bereikt maar een deel daarvan de patiënt. Wat zorgt er nu voor dat een project een structurele bijdrage levert aan therapietrouw in de dagelijkse praktijk? Hoe wordt de implementatie vormgegeven? Wie zijn daarbij betrokken? Kortom: welke lessen kunnen we leren uit de projecten?

lees meer

In deze deelsessie kwamen enkele praktijkcasussen aan bod. Een daarvan ging over een motivatieprogramma rond de behandeling met groeihormonen. Een complexe casus: het gaat om een groep kinderen die tussen ongeveer hun 5de en hun 17e dagelijks een prik moeten krijgen om een optimale lengtegroei te behalen. Therapieontrouw is een serieus probleem, zeker als deze kinderen in de puberteit komen. En wat doe je als een kind simpelweg bang is voor die dagelijkse prik? Aline Kalisvaart van bureau Kind-visie: "Veel zorgverleners wuiven prikangst weg: kom op, het is zo gebeurd, je voelt er niks van! Maar dat is natuurlijk onzin; die prik doet wel degelijk pijn. Zeker jonge kinderen zetten dan hun hakken in het zand. Je kunt beter zeggen: ik begrijp dat je dit niet wilt, maar soms moeten er nu eenmaal dingen gebeuren die niet leuk zijn. Zoek vervolgens met het kind naar manieren om het voor hem of haar behapbaar te maken. Bijvoorbeeld door ze zelf te laten bepalen hoe en wanneer die prik wordt gezet. Het gevoel van beheersing is vaak al genoeg om angst te verminderen, een belangrijke voorwaarde voor therapietrouw."

Een ander voorbeeld kwam van Michel Dutree van brancheorganisatie Nefarma, die samen met de Long Alliantie Nederland werkt aan een project rond astma. Ook bij die aandoening is therapieontrouw vaak een issue. "Door samen te werken is te voorkomen dat je aan je eigen oplossingen verslaafd raakt. Uiteindelijk gaat het erom een zo breed mogelijk pakket aan middelen te ontwikkelen, om voor elke subgroep binnen je patiëntenpopulatie een passende aanpak te realiseren. Sommige patiënten willen het liefst een persoonlijk gesprek met een longverpleegkundige, anderen krijgen liever een reminder via een app op hun tablet of smartphone, en weer anderen zijn gebaat bij een ouderwets telefoontje op z'n tijd. Onze belangrijkste les: one size fits all bestaat echt niet als het gaat om therapietrouw."

sluiten

Drug Rediscovery:

een kortere weg naar een
nieuwe indicatie

Geregistreerde geneesmiddelen worden vaak breder gebruikt dan de toepassingen waarvoor ze zijn toegelaten. De studies die noodzakelijk zijn ter onderbouwing van een nieuwe indicatie vergen hoge investeringen, net als voor nieuwe geneesmiddelen. Maar de verwachte return on investment weegt daar vaak niet tegenop. Zijn er alternatieve beloningsmodellen te bedenken?

lees meer

Subgroepen discussieerden in deze deelsessie over zes verschillende alternatieve modellen die investeringen in drug rediscovery interessanter kunnen maken.

model 1: de prijzenpot
Uit de 'prijzenpot' - een speciaal in te richten fonds - krijgt een organisatie een beloning als zij de ontwikkeling van een rediscovery-product succesvol weet af te ronden. Wie het snelste aanpakt, maakt het meeste kans.
Uit de discussie: "Organisaties kunnen via dit model hun kansen vergroten op het terugverdienen van investeringen. Toch blijven er nog altijd veel onzekere factoren over. De generieke industrie zou in elk geval nauw moeten samenwerken met de innoverende industrie. Los daarvan: financiering vooraf geeft toch meer rust."

model 2: 'dubbele prijs'
Bij het voorschrijven voor de nieuwe indicatie krijgt de registratiehouder daarvoor een extra vergoeding bovenop de gerealiseerde aflevering.
Uit de discussie: "Het voordeel van het model is dat de kostenverdeling onder verzekeraars eerlijker wordt: iedereen betaalt mee, alleen 'meeliften' kan niet meer. Wel is er samenwerking nodig tussen ontwikkelaars en financiers, te faciliteren door een op te richten Centrum voor Drug Rediscovery."

model 3: marktafspraken
Na het onafhankelijk vaststellen van de gewenste specificaties voor een middel, volgt een gegarandeerde vergoeding voor een bepaald aantal behandelingen. Daarna blijft het product tegen kostprijs beschikbaar.
Uit de discussie: "Een nadeel van dit model is dat er meer accreditatie nodig is. Voordelen zijn er ook: producten kunnen snel on-label worden en er komt betere informatie voor de voorschrijver beschikbaar, die zich bovendien juridisch beter beschermd voelt. Het model werkt echter alleen voor een redelijk grote patiëntenpopulatie."

model 4: publiek-private samenwerking
De ontwikkeling van rediscovery-producten wordt georganiseerd vanuit een onafhankelijke organisatie waarin overheid, industrie, wetenschap, gezondheidsfondsen en patiëntenorganisaties samenwerken. Risico's, verantwoordelijkheden en resources kunnen zo eerlijk worden verdeeld en ingezet.
Uit de discussie: "Dit model vergt een hoge mate van integriteit, teambesef en collectief bewustzijn. Alle partijen moeten inzien wat het gezamenlijk maatschappelijk belang is, en daar naar handelen. Dat handelen kan bijvoorbeeld de oprichting van een gezamenlijk fonds zijn, waaruit ontwikkelaars onderzoek kunnen financieren. Een afzetgarantie voor een bepaald aantal jaren is noodzakelijk."

model 5: subsidie en/of belastingvoordelen
In dit model krijgen ontwikkelaars subsidie (of andere voordelen) voor het realiseren van een specifieke doelstelling. De subsidie wordt vooraf vastgesteld en is dus niet gekoppeld aan het welslagen van de innovatie.
Uit de discussie: "Een belangrijk voordeel is dat er direct veel geld beschikbaar komt voor drug rediscovery. Onduidelijk is wel hoe de baten terugvloeien naar de subsidiegever. Die moet ervan willen uitgaan dat hogere zorgkosten zo uiteindelijk worden voorkomen. Een en ander vergt een sterke politieke wil en meer samenwerking in het veld."

model 6, verplicht on-label voorschrijven en afleveren
In dit model moet voor de nieuwe indicatie het geregistreerde product worden afgeleverd. Dat vergt indicatie op recept, dus een nauwe samenwerking tussen voorschrijver en afleveraar. De ervaring leert dat vaak toch het goedkoopste middel (off-label) wordt ingezet. Controle is dus nodig.
Uit de discussie: "De subgroep hecht weinig waarde aan dit model. Voor 'kleine ziektes' met weinig patiënten is on-label registratie niet te realiseren, omdat alleen observationele studies mogelijk zijn. Ook is het model fraudegevoelig. Een fabrikant kan een bestaand middel een nieuwe naam geven en de prijs meteen omhoog gooien, zoals destijds is gebeurd toen aspirine ineens ook Ascal Cardio heette."

sluiten

Registratie van zorggegevens:

dilemma's rondom openheid

Door het registreren van zorggegevens komt informatie beschikbaar over geneesmiddelengebruik, bijwerkingen, toegankelijkheid en praktijkvariatie. Deze openheid levert ook dilemma's op. Welke informatie komt wanneer beschikbaar voor patiënt, zorgverzekeraar en fabrikant? Hoe gaan we om met registratie van vermoede bijwerkingen?

lees meer

Michel Wouters, chirurg-oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoek/NKI, was een van de sprekers in deze sessie. Zijn beroepsgroep heeft al veel ervaring met het inzichtelijk maken van zorguitkomsten. Dat begon met de Dutch Surgical Colorectal Audit en mondde uit in een multidisciplinaire kwaliteitsmeting: het Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA). Dit meetsysteem geeft inzicht in de kwaliteit van medische zorg en wijst verbeterpunten aan. Wouters: "Auditing geeft een verbeterprikkel in het naleven van richtlijnen. Bij darmkanker heeft dat bijvoorbeeld geleid tot een zeer sterke verbetering van de resultaten. Maar het nauwkeurig meten daarvan levert ook dilemma's op. Wat doe je bijvoorbeeld als blijkt dat bepaalde ziekenhuizen een significant hogere sterfte laten zien dan de andere? Daar kun je je handen niet vanaf trekken; het is informatie die ook uiterst relevant is voor patiënten en verzekeraars." Meten brengt inzicht en verbetering met zich mee, aldus Wouters, maar dus ook een grote verantwoordelijkheid.

Vanuit de DICA-audits zijn minder goed presterende vakgroepen gevisiteerd. Wouters: "Mensen zijn eerst sceptisch, maar als je serieus in gesprek gaat komt er vervolgens ook een duidelijk inzicht. Uiteindelijk hebben alle bezochte vakgroepen zich aantoonbaar verbeterd. Audits bevorderen duidelijk de interne verbetercyclus. Vanuit onderlinge openheid kun je elkaar echt verder brengen." Kun je vanuit die openheid ook naar buiten treden? Dan kunnen patiënten, ziekenhuizen en verzekeraars elkaar immers gaan aanspreken op kwaliteit, en dat kan weer een stimulerend effect hebben op het verbeterproces. Volgens Wouters is voorzichtigheid geboden. "Minister Schippers zegt: 'De verzekeraars zouden het veel harder moeten spelen in de zorginkoop.' Maar moeten we echt naar een systeem van shaming and blaming? Dat geeft alleen maar commotie bij de zorgverleners, waardoor de beoogde transparantie juist weer in gevaar komt. Risicomanagement wordt dan misschien een belangrijker drijfveer dan samenwerken aan verbetering."

sluiten

Medicatiebewaking:

personalized medicine op basis van individuele nierfunctie-waarden

Nierfunctiewaarden spelen een belangrijke rol in de farmacotherapie en zijn van belang voor de patiëntveiligheid. Hoe kan de samenwerking tussen voorschrijvers, klinisch chemici en apothekers eruit zien om optimale uitwisseling van nierfunctiewaarden te realiseren? En wat betekenen de Medisch Farmaceutisch Beslisregels van de KNMP voor de praktijk?

lees meer

Tijdens deze sessie kwam het belang van medicatiebewaking naar voren aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden. Medicatiebewaking heeft in ons land een hoge vlucht gekregen nadat apotheker Kees Boogerd er in 2008 een innovatieprijs voor kreeg. Bijna alle apotheken doen er inmiddels wat mee, weliswaar 'in uiteenlopende staat van volwassenheid', zoals een van de deelnemers het uitdrukte. Voor een goede medicatiebewaking zijn samenwerking en gegevensuitwisseling tussen zorgverleners cruciaal. Niemand kan het spel goed in zijn eentje spelen.

Hoe krijg je het proces nu zodanig gestroomlijnd dat je beter kunt voorschrijven bij patiënten met een verminderde nierfunctie? Over deze vraag sprak Marianne van den Berg, apotheker in Alphen aan den Rijn. Haar apotheek is onderdeel van het Pharcacom-netwerk. In Alphen aan den Rijn en de plaatsen eromheen gaat het om een samenwerkingsverband van tien apotheken en 35 huisartsen. Het Pharmacom-systeem geeft automatisch een nierfunctiesignaal af als de huisarts een contra-indicatie invoert.
Van den Berg en haar collega's waren destijds erg enthousiast over het idee van prijswinnaar Boogerd. "We zijn zelf vrijwel meteen met een pilot gestart en na drie maanden was de hele FTO-groep om. De huiver om gegevens uit te wisselen is inmiddels vrijwel verdwenen, mede omdat het zo duidelijk meerwaarde heeft voor de patiënten. Al vrij snel was een substantiële groep patiënten met nierschade bekend, iets wat we voorheen vaak niet van deze mensen wisten. Dat heeft geleid tot een sterke verhoging van het aantal bewaakte patiënten. Een mooi resultaat. Wel is het nog altijd nodig dat een gespecialiseerde verpleegkundige de gegevens regelmatig handmatig updatet in het systeem. Dat maakt het al met al een vrij arbeidsintensief proces."

sluiten
Verslag Sessie:
Medicatiebewaking

Presentaties:
Medicatiebewaking


Samen werken aan verbetering van polyfamarcie bij ouderen

Wat hebben de initiatieven op het gebied van implementatie van de Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen opgeleverd? Welke rol en positie heeft de patiënt? Hoe kunnen we samenwerken aan een verdere verbetering van de behandeling van deze kwetsbare groep?

lees meer

De positie van de patiënt kwam prominent in de gevoerde discussie in deze deelsessie naar voren. Zoals een van de deelnemers het uitdrukte: "We moeten met de patiënt aan de slag, niet met het geneesmiddel." Het is cruciaal om vanaf het allereerste begin met de patiënt en diens naasten of mantelzorgers te bespreken wat de behandeling behelst en hoe die in te passen is in het dagelijks leven van de betreffende persoon. De prikkels van het stelsel zijn helaas niet erg bevorderlijk; het businessmodel van de apotheek is immers gericht op het verwerken van recepten, niet op het optimaal begeleiden van de patiënt. Met name de kwetsbare oudere kan zeer veel baat hebben bij een goede medicatiebeoordeling en een farmaceutisch behandelplan dat in heldere taal is gesteld. Dat vergt tijd, en die is vaak onvoldoende beschikbaar.

Naast discussie was er in de deelsessie ook ruimte voor de presentatie van recente onderzoeksresultaten. Een daarvan kwam van Martine de Bruine, sociaal geneeskundige aan de VU. Zij onderzoekt het effect van de richtlijn bij de groep kwetsbare ouderen. Uit haar metingen blijkt dat 89% van de zorgverleners de patiëntenpopulatie screent op kandidaten voor een medicatiebeoordeling. De meesten van hen doen ook daadwerkelijk zo'n medicatiebeoordeling, maar dat gebeurt nog niet allemaal even systematisch. De Bruine: "Door de richtlijn is er duidelijk een slag gemaakt in het proactief omgaan met medicatiebeoordelingen. Voor specialisten ouderengeneeskundigen is het zelfs al core business. Hun kennis en ervaring zouden ze nog wel meer kunnen delen met andere zorgverleners." Volgens De Bruine is er ook nog veel te winnen bij het delen van informatie. "Op dit moment zorgen de patiënten zelf voor de informatieoverdracht, via het papieren medicatieoverzicht dat zij bij hun gang van zorgverlener naar zorgverlener letterlijk met zich meedragen."

sluiten

Hoe zorgt zorginkoop
voor goed gebruik geneesmiddelen?

Welke rol heeft de zorgverzekeraar in het stimuleren van goed gebruik van geneesmiddelen? Ligt die rol ook op het terrein van wetenschappelijk onderzoek? Samen met deelnemers uit het werkveld is in deze sessie gezocht naar een antwoord op de vraag: met welke onderzoeksthema's kunnen we - al dan niet samen - goed gebruik van geneesmiddelen het beste stimuleren?

lees meer

Zorginkoopteams van verzekeraars staan soms voor lastige opgaven. Een voorbeeld: ook voor verzekeraars is therapietrouw een belangrijk thema, maar hoe kun je een programma op dat terrein bekostigen? Het werkt niet om het als voorwaarde in een contract met apothekers te zetten. Je kunt immers niet aankomen met de boodschap: jullie moeten het allemaal zo doen als in dit specifieke programma is uitgewerkt. Het kan dus alleen als je nauw met elkaar afstemt en samen tot een bepaalde beslissing komt. Daarvoor is het nodig elkaars taal goed te verstaan, samen te duiden wat echt relevant is en vast te stellen hoe je een vernieuwing op dat terrein vervolgens implementeert.

De uitdaging is om in de toekomst niet per beroepsgroep bepaalde zaken te vergoeden, maar te stimuleren dat zorgverleners - huisartsen, apothekers en andere betrokken aanbieders - in een bepaalde setting de zorg samen organiseren. Nu krijgen huisartsen een bepaalde beloning, die weer anders is dan wat de apothekers ontvangen. Als we de zorg veel beter op elkaar willen laten aansluiten, moet je zorgverleners op wijkniveau bij elkaar zien te krijgen, zo stelden de deelnemers vast. Het zou een relevante onderzoeksvraag zijn om te zien wat de succes- en faalfactoren van een dergelijke samenwerking zijn. Vanuit de zaal kwam een suggestie om hiervoor aan te sluiten bij een onderzoek van de landelijke Stuurgroep Therapietrouw. Daarin wordt precies deze vraag aan de orde gesteld: wat werkt goed en hoe kunnen we dat op andere plekken ook laten functioneren?

sluiten

Het GGG-congres 'Shared value' bood veel ruimte voor uitwisseling. Tijdens lunch en borrel waren de spreekwoordelijke wandelgangen dan ook goed gevuld met netwerkende congresgangers. Waar hadden de deelnemers het zoal over?
"Laat alle partijen zelf hun rol binnen GGG pakken"
Patrick Kruger, ministerie van VWS:

"Gezien de royale inbreng van farmaceuten en zorgverzekeraars kun je concluderen dat zij hun rol serieus oppakken. Als je hier rondloopt zou je gekscherend kunnen zeggen dat ze het GGG-programma zelfs zo'n beetje hebben overgenomen! En de patiënt? Hun bijdrage is inderdaad onmisbaar in de verbetering van geneesmiddelengebruik. Maar dan moeten patiënten die positie ook zelf duidelijk claimen binnen de initiatieven op dat terrein."


"Iedereen moet over zijn eigen belangen heen durven stappen"
Heleen Wortelboer (l), TNO, en Mariska Goedbloed, Achmea:
Heleen Wortelboer: "Vanuit TNO begeleiden we vaak kleine patiëntenorganisaties met onderzoek. Het is lastig om daar financiering voor te realiseren. Ik ben dus steeds op zoek naar mogelijkheden om ook de kleine groepen - soms gaat het maar om enkele tientallen patiënten - te voorzien van een wetenschappelijk antwoord op hun vragen. Het gaat dan om aandoeningen die een heel persoonlijke therapie vergen, met heel precies afgestemde farmaceutische zorg."
Mariska Goedbloed: "Dat sluit goed aan bij onze inzet op personalized medicine. Op een aantal onderwerpen maken we als verzekeraars soms allemaal dezelfde keuze. Als we het geld meer zouden bundelen, kunnen we het veel gerichter inzetten."
Wortelboer: "Dat zou inderdaad mooi zijn. Maar dan moeten we ook echt het woord bij de daad gaan voegen."
Goedbloed: "Klopt, en dat betekent dat iedereen over zijn eigen belangen heen moet durven stappen."